1887

n Tydskrif vir Geesteswetenskappe - Over lexicale voorkeuren in de alternantie tussen de "skoon bysin" en de "-bysin" : een distinctieve collexeemanalyse : navorsings- en oorsigartikels : Afrikaanse werkwoorde en werkwoordkonstruksies

Volume 56 Number 1-0
  • ISSN : 0041-4751
USD

 

Abstract


It is well-known that the alternation in current Afrikaans between (i) the complement clause with dependent word order and an overt complementiser ("that"), and the so-called "bare complement clause" without an overt complementiser and with independent word order is determined inter alia by lexical factors. The bare complement clause is said to occur particularly after main clauses with ("say"), ("think"), ("believe") and similar high-frequency verbs. However, not much empirical research into the preferences of various matrix verbs for the one or the other construction has been done.
This article is aimed at identifying, by means of a distinctive collexeme analysis (Gries & Stefanowitsch 2004), the verbs that show a significant preference for either the -complement clause or the bare complement clause in a corpus of general journalistic text. We selected 180 test verbs: 76 verbs were taken from Braeckeveldt (2013) and 104 verbs were added to this corpus, mainly from Van Rooy and Kruger (2016). These verbs were all manually analysed and the observed frequencies extrapolated, using all available articles of for the period 02/01/2003 to 01/05/2003, in total 6,3 million words. We identified 27 distinctive collexemes for the bare complement clause, i.e. verbs which show a significantly above-average preference for this construction, vs. 59 distinctive collexemes for the -complement clause.

Het is bekend dat de variatie in het hedendaagse Afrikaans tussen (i) de complementzin met bijzinsvolgorde en het onderschikkend voegwoord en (ii) de zgn. "skoon bysin" zonder voegwoord en met hoofdzinsvolgorde onder meer bepaald wordt door lexicale factoren: de skoon bysin zou vooral voorkomen na matrixzinnen met , , , of een ander (hoog frequent) werkwoord van communicatie of cognitie (zie bv. Malherbe 1966; Feinauer 1990; Bosch 1999). Empirisch onderzoek naar de lexicale voorkeuren van allerlei matrixwerkwoorden voor deze of gene constructie is echter nog nauwelijks voorhanden. In deze bijdrage wordt aan de hand van een distinctieve collexeemanalyse (Gries & Stefanowitsch 2004) nagegaan welke werkwoorden een significante voorkeur vertonen voor de -bijzin dan wel de skoon bysin in een corpus hedendaags journalistiek taalgebruik. We vergelijken de resultaten met de bevindingen van Van Rooy & Kruger (2016) en formuleren enkele voorzichtige conclusies over de semantische subtypes van werkwoorden die wel en niet worden aangetrokken tot de constructie met een skoon bysin.

Loading full text...

Full text loading...

Loading

Article metrics loading...

/content/akgees/56/1/EJC186547
2016-03-01
2020-07-15

This is a required field
Please enter a valid email address
Approval was a Success
Invalid data
An Error Occurred
Approval was partially successful, following selected items could not be processed due to error